Amerika 2001

Reisverslag Western Highlights 9 juni t/m 22 juni

Tekst: Hanneke Kreijtz; Vormgeving: Marcel van Oosterhout

 

Dag 01 (09 juni 2001)

Wonder boven wonder rijden de treinen, hoewel morgen het nieuwe dienstrooster ingaat. We komen ruim op tijd aan op Schiphol. Dit blijkt ook wel nodig, want als je naar de Verenig de Staten gaat, mag je niet zo maar door de douane heen. Het begon al met de afzetting met gele linten bij de incheckbalie. Daar stond ook een enorm röntgenapparaat waar de koffer doorheen moest. Natuurlijk zag men niets verdachts, maar ja, dat weet je van te voren natuurlijk nooit. Daarna moesten we stuk voor stuk meelopen met een beveiligingsambtenaar, die ons allerhande vragen stelde. Hadden we pakketjes aangenomen, hadden we onze koffer zelf ingepakt, waren er recentelijk reparaties geweest aan elektrische apparaten enz. Het gaf ons het idee dat Amerikanen paranoïde zijn, maar ik heb daar toch ook wel weer begrip voor. Het zou niet de eerste keer zijn dat Amerikagangers het doelwit worden van terroristische acties. Hierna volgde dan het wegen van de koff ers en mochten deze eindelijk het vliegtuig in. We ontvingen zowel de boardingpass van Schiphol als die van Washington D.C., wat toch enigszins geruststelt. Als het ene vliegtuig namelijk vertraging zou hebben, zou je het andere toch nog moeten kunnen halen. Dan acht uur vliegen en door onze plek viel dat reuzemee. We zaten namelijk Economy-plus, waar je extra beenruimte hebt en een tv-schermpje voor je neus. Je kon zelfs de hele vlucht volgen via een 'map' met informatie over hoe hoog je vloog, hoe koud het buiten was en hoe laat het was in Washington (6 uur vroeger dan in Nederland). Het stelde me gerust, want ik heb het niet zo op vliegen. Ook werd de film 'Erin Brokovich' vertoond, die ik ook al in de bioscoop had gezien. Door de maaltijd en de snack en de bijgeleverde kussentjes, dekentjes en hoofdtelefoons was het een aangename vlucht. Aangekomen in Washington D.C. werden we eerst gewaarschuwd Mond en Klauwzeer buiten de V.S. te houden. Daarna moesten we onze groene en witte douanekaarten laten zien samen met onze paspoorten. Deze kaarten worden uitgedeeld in het vliegtuig en door het invullen ervan verschaf je jezelf toegang tot de V.S. Van de groene kaart krijg je een deel terug (voor als je terug naar Nederland gaat), de witte wordt ingenomen. Nogmaals door de röntgen met de handbagage. Daarna ging het allemaal wat soepeler. Vanaf Washington was het nog vijf uur vliegen, maar doordat het in Los Angeles 3 uur vroeger is dan in Washington, waren we natuurlijk maar twee uur kwijt. De plekken hier waren niet zo luxe meer en we waren erg vermoeid, want in Nederland was het langzaamaan middernacht en later en zo voelden we ons dus ook. Echt slapen kon ik niet, maar even wegzakken was toch wel prettig. Sommige mensen werden zelfs niet gestoord voor de maaltijd . Als we aankomen in Los Angeles, worden we eerst opgewacht door de manager van ons eerste hotel en onze reisleider Pierre. Het viel me meteen op hoe enthousiast en vriendelijk hij was, ook al zagen wij eruit als zombies en waren er nu al mensen die liepen te mokken.

Na de introductie kregen we allemaal een snackbon en een ontbijtbon en mochten we onze koffers gaan ophalen. We werden opgehaald met kleine busjes die ons naar het hotel brachten. Het eerste wat me opviel was de luxe, hoewel ik later heb gehoord dat er mensen waren die niet tevreden waren met hun kamer. Maar ja, die mensen hebben vast niet in Lissabon centrum tegenover de kerk gewoond, waar de zwervers en kakkerlakken je al tegemoet kwamen. Er stonden twee tweepersoonsbedden op de kamer, de badkamer was schoon en netjes en er waren meer dan voldoende handdoeken voor een hele week! Ik was in ieder geval erg blij met de kamer, na 24 uur te zijn opgebleven! We zijn nog heel even in het restaurantje geweest voor de snacks, maar zijn daarna ook vrij snel gaan slapen.

Dag 2 (10 juni 2001)

Al snel wordt ons een moordend ritme opgelegd: om 06:30 een wake-up call en om 08:00u in de bus zitten. Via Palm Springs rijden we naar Sizzler's, waar we ons eerste lunchbuffet nuttigen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me geen grote voorstelling had gemaakt van het eten in Amerika, maar het was uitstekend verzorgd. Je betaalt bij een buffetservice een aantal dollars (tussen de 5 en 10, afhankelijk van waar je bent) en je mag dan zoveel eten als je wilt en kunt. De keuze was steevast soep, maisbroodjes, zoetigheden, vleesgerechten, visgerechten, allerlei groenten en fruit en allerlei toetjes, tot aan ijs toe. Kostje dus, want je mag zelf kiezen en je kan zo vaak teruggaan als je wilt. Dat ze in Amerika twee keer warm eten is te zien aan hun kledingmaten, maar daar had ik nog niet eerder bij stilgestaan. Voor mij niets nieuws onder de zon, want na Portugal doe ik het ook in Nederland wel vaker. Dan rijden we door naar The Joshua Tree National Park.

Dit is een hele rit, met de nodige fotostops en kleine wandelingetjes. Deze waren klein, want als het 40 graden Celcius in de schaduw is, moet je natuurlijk niet als een gek allerlei grote wandeltochten gaan maken. Tenzij je graag ziek wordt natuurlijk. Op zulke momenten begrijp je het nut van airco beter dan wie ook. Volgens de Amerikanen viel het trouwens nog reuze mee met de hitte. Toch begrepen wij al snel waarom Amerikanen in die omgeving bij 15 graden Celcius bontjassen, sjaals en handschoenen dragen. Na de mooie, bijzondere Joshua Trees en de rotsformaties van rotsen die bij vulkaanuitbarstingen op elkaar zijn gevallen, zijn we in een ruk doorgereden naar Laughlin. De Joshua Trees danken hun naam aan een Mormoon, die meende in een drietakkige boom de heer te zien die bad tot de Vader. Nu moet je daarvoor wel goed gek of goed scheel zijn, maar ach, een zonnesteek heb je in die streken zo te pakken. Onderweg naar Laughlin zag je het landschap veranderen. Eerst kwamen we nog langs zoutvlakten, waar men in de open lucht aan zoutwinning doet. Daarna langs lavavlakten waar nog steeds niets groeit en alles zwart ziet van de opgedroogde magma. Langzaamaan werd het landschap weer wat groener, omdat we dichter bij de Coloradorivier kwamen. Denk nu niet dat het aan het water koeler was; het was zo mogelijk nog warmer dan in de woestijn. In Laughlin was het echt het warmst van de hele reis; ongeveer 42 graden Celcius in de schaduw. Als je dan van de airco in de open lucht stapt, lijkt het alsof je een openluchtoven binnenstapt. Het hotel Colorado Belle was een casino-hotel. Het deed luxe aan en de airco deed het dusdanig goed, dat we het gewoon koud kregen op de kamer. Het casino was groot en het was allemaal nepgoud wat er blonk. Wij hebben geen gebruik meer gemaakt van het casino; we waren te moe van de reis en de warmte. Gereden afstand vandaag: 405 mijl=648km.

Dag 3 (11 juni 2001)

We begonnen de dag om 05:30u met een wake-up call. Om 07:00u zat iedereen in de bus. We gingen eerst een stukje Route 66 rijden, een bekende weg in Amerika die vroeger van Chicago naar Los Angeles voerde.

Helaas voor de fanatici onder ons; grote delen van deze weg bestaan niet meer. We stopten in Seligman. Een stadje aan Route 66. Hier woont Angel Delgadillo, die vroeger kapper was. Toen Highway 40 gereed kwam (ongeveer dezelfde route, maar dan snelweg) kwam er niemand meer door Seligman. Angel Delgadillo is het op een dag spuugzat, dat zijn stadje een spookstadje is geworden en dat overleven nauwelijks meer mogelijk is. Hij zoekt de publiciteit. Hij maakt een film over de emotionele waarde van de Route en geeft meer dan 200 interviews. Zijn kapperszaak wordt omgebouwd tot souvenirswinkel van Route 66. Zijn broer heeft naast hem een hamburgertentje. Deze haalt daarbij ongelooflijk veel grappen uit. Zo serveert hij rustig één enkel frietje, spuit hij nepmosterd op je kleren, vraagt hij of er brood bij de hamburger moet, enz. enz. Mede door de bustoeristen zoals wij, kunnen ze nu weer overleven in Seligman.Daarna reden we verder naar het oude treinstation van Williams, ook aan Route 66. Dit station was ook in verval geraakt. Dan koopt iemand het (zo gaat dat in Amerika), hij knapt de oude trein op en gaat ermee naar de Grand Canyon rijden. In het hoogseizoen kan hij de oude stoomtrein laten rijden; in de winter moet een diesel eraan geloven. Tijdens dit treinritje laat hij van alles gebeuren en op de terugweg naar Williams wordt de trein zelfs overvallen. Tegenwoordig overleeft Williams dankzij het toerisme dat dit initiatief aantrekt. Wij rijden met onze eigen airco-bus naar de Grand Canyon. Eerst mogen een aantal mensen de helicoptervlucht doen, maar mij niet gezien! Ik heb veel te veel hoogtevrees om dat soort dingen te doen. Marcel wil ook niet, maar laat zich veeleer leiden door economische overwegingen. We stoppen daarna bij Yuccapoint. Vandaar lopen we rustig (we zitten namelijk op ongeveer 2100m hoogte) naar het bezoekerscentrum, langs de canyon. Tenminste; we lopen eerst een stuk door het bos en staan dan ineens oog in oog met een enorm gapend gat met grillige rotsformaties dat de Grand Canyon is.

Het is mooi, maar komt door mijn hoogtevrees niet echt goed tot zijn recht als ik net naast de afgrond loop. Vriendelijke Pierre wijst ons erop, dat er vorig jaar negen mensen naar beneden zijn gevallen/ gesprongen. Dat werkt natuurlijk goed als medic ijn tegen hoogtevrees... De Grand Canyon is niet in woorden te beschrijven, mooi, mooier mooist is er niet op van toepassing. Het is mooier dan mooi, maar dan nog veel mooier dan dat. Dat moet je gewoon een keer zien en beleven. Na de wandeling volgt de IMAX- film. Dit is een mooie film, die zeer goed weergeeft wat de Grand Canyon is. Voor ons gevoel zitten we nu alsnog in de helicopter, maar dan veilig in het theater. Een geslaagde dag dus. We moeten helaas toch afscheid nemen van de Canyon en we rijden door naar Flagstaff. Flagstaff ligt ook aan Route 66 en overleeft alleen van de toeristen die naar de Grand Canyon gaan. Op een paar mijl afstand woedt een bosbrand van ongeveer 3 acres. 's Nachts werken 80 brandweerlieden zich uit de naad om de brand onder controle te krijgen, maar 's ochtends roepen ze er toch nog 200 extra op. Het vuur is waarschijnlijk ontstaan door een slecht gedoofd kampvuurtje. Zonde, want door de hitte en de droogte duurt het herstel langer dan tien jaar. We eten in Galaxy; een leuk tent je geheel in de stijl van de fifties. Dat er hier 's avonds niets te doen is, vinden we niet erg; we vallen voor tien uur als een blok in slaap. Gereden afstand: 292 mijl=467 km.

Dag 4 (12 juni 2001)

Van Flagstaff rijden we door de Painted Desert, zo genoemd door de verschillende kleuren op de rotsformaties. Het lijkt net of de rotsen zijn geschilderd, maar moeder natuur weet hier meer van.

Langzamerhand rijden we het Navajo-reservaat binnen. Hier leven de Navajo Indianen zoals ze dat eeuwen hebben gedaan. Zij zijn de enige Indianen in Amerika die nog in hun eigen moederland leven. Ze zijn wel ooit verjaagd, maar mochten later kiezen tussen een geldbedrag of terugkeren. Ze kozen voor terugkeren. In de Painted Desert staan zandrotsformaties die door de erosie van wind, water en ijs (in de winter) eigenaardige vormen hebben gekregen, zoals paddestoelen of vogelgezichten. Dit heeft te maken met de hardheid van het gesteente, die niet overal gelijk is. We rijden door naar Page, in de buurt van waar de Glen Canyon Dam en Lake Powell liggen. We stoppen dan bij een special treat van Pierre en Fred. Ik weet al niet meer waar dat precies was en het moest ook maar geheim blijven, anders komt het massatoerisme het weer verpesten. Het is wel erg mooi. Daarna rijden we door naar de brug naast de dam, waar we overheen mogen lopen. Dat valt niet mee, met een diepte van ongeveer 250m naast je. Maar het is gelukt, dankzij de hulp van enkele medereizigers. Na een kort bezoek aan het bezoekerscentrum rijden we door naar Kanab. Dit wordt ook wel Utah's little Hollywood genoemd, omdat er vele Westerns zijn opgenomen. Zo ook de nog stomme Western met Tom Knix. We komen aan bij Denny's Wigwam, waar we zullen gaan lunchen, maar niet voordat wij zelf sterren hebben gespeeld in een Western. Iedereen krijgt een rolletje. Zo ben ik Indiaan en is Marcel soldaat. We worden apart opgesteld en krijgen aparte instructies. De meeste Indianen vergeten bij de aanval op de pioniers hun paard, dus die scène moet over. Ik geloof dat Marcel het wel geinig vond om als soldaat op zijn vriendin de Indiaan te schieten.

Dan wordt de heerlijke lunch geserveerd. Daar de airco inmiddels is uitgezet, word ik een beetje beroerd van de hitte en ga ik maar buiten in de schaduw zitten. Gelukkig staat er een beetje wind. De hitte was voor mij zowiezo het grootste probleem als migrainepatiënt. Je wilt dan niet zeuren, maar krijgt wel vaker een aanval. We rijden door naar Zion National Park in Utah. De Mormonen hebben Zion de naam gegeven, maar ook voor de Indianen is het een heilige plaats. Volgens hen bevindt zich daar het centrum van de wereld waar alle leven vandaan komt.

Zion is ook onbeschrijflijk mooi. Op deze plek voel je God, Hij dringt zich lettelijk aan je op. Bij het Checkerboard Mesa, dat eruit ziet als een gigantisch schaakbord, vraag je je af of niet toevallig mensen de lijnen hebben gekerfd, maar daar is de rots te hoog en te machtig voor. Rotsformaties in de vorm van de Notre Dame in Frankrijk zijn geen uitzondering. God moet gedacht hebben: tja, als mensen ooit geen kerken meer voor me willen bouwen, dan moet ik het zelf maar doen. Je voelt hier hoe machteloos je zelf eigenlijk bent en hoeveel kracht de natuur heeft. Dit bestaat al duizenden jaren; jij mag voor een korte periode een kijkje komen nemen. Het lijkt uit te stralen: denk niet dat je beter weet dan je eigen moeder aarde. Natuurlijk kunnen woorden niet beschrijven wat Zion is of wat onder andere ik erbij voel. Ik probeer hier alleen een beeld te schetsen van mijn eigen ervaring. Na enkele fotostops volgt dan de IMAX-film weer. Deze film is wat meer toegespitst op de Indianen, maar legt daarmee ook meteen uit wat Zion voor hen betekent. Je kan en mag dit park eigenlijk niet vergelijken met de Grand Canyon, maar Zion riep veel meer bij me op. Dit is de enige dag dat ik in de bus misselijk was. Aangekomen in Mesquite, in een volgend casino-hotel, ben ik meteen gaan slapen. Ik heb niet eens meer gegeten. Gereden afstand: 320 mijl=512 km.

Dag 5 (13 juni 2001)

We reden van Mesquite naar de Valley of Fire, zo genoemd vanwege de rode kleur van de zandsteen. Daar bezochten we Elephant Rock, een rots die er natuurlijk uitziet als een olifant, en Rainbow View, waar allerlei kleuren gesteente in elkaar overgaan.

In de Valley of Fire staan ook tekeningen op de rotsen, gemaakt door Indianen die reeds lang ineens van de aardbodem verdwenen, de Anasazi. Daarna onze volgende stop bij de beehives, een merkwaardige groep stenen die door de wind, hitte en koude de vorm van bijenkorven hebben gekregen. Binnen de Valley of Fire ligt het Moapa Indianenreservaat. Deze Indianen wonen echter schijnbaar allemaal in het enige stadje dat daar is: Moab. Dan volgt er een spontane Oscar-uitreiking in de bus voor de Western opgenomen in Kanab. 'Opa' Willem kreeg hem. Dit was een man die alleen naar Amerika was gereisd, omdat zijn vrouw niet meewilde. Samen met een weduwvrouw (door ons omgedoopt tot Oma Jo), met wie een leuk contact was ontstaan, speelde hij het pioniersduo. Daarna werd de 'Babe van de bus' gekozen, wat 'Oma' Jo natuurlijk werd. De Oscar werd uitgereikt door Monique en Sabine, twee medereizigsters die het ook hadden verzonnen, en bestond uit een glazen bloemetje in een kokertje. Daarna kregen we allemaal een 'dreamcatcher' van Pierre en Fred. Zo'n dreamcatcher ziet eruit als een menselijk gemaakt spinneweb en hij werkt als volgt. Goede dromen vinden het centrum van het 'web' en komen als je wakker wordt terug in je gedachten. Slechte dromen vinden het centrum niet en worden als de zon opkomt verbrand. Zij vinden dus hun weg niet terug naar je gedachten. Uiteindelijk kwamen we aan in Las Vegas, waar we eerst in hotel Treasure Island een buffetlunch hadden en daarna een paar uurtjes mochten uitrusten. Las Vegas is nergens mee te vergelijken. 's Avonds gingen we de Las Vegas night tour doen. Eerst gingen we naar Las Vegas downtown, welbekend door alle films die er zijn opgenomen. Hier was een spectaculaire en indrukwekkende lichtshow met 2,2 miljoen lampjes, waarmee beelden werden gecreëerd.

Toen dit was afgelopen reden we naar Las Vegas Boulevard, beter bekend als 'the Strip'.

Dit is het moderne deel van Las Vegas. Hier gingen we eerst naar hotel The Mirage, waar een vulkaanuitbarsting levensecht werd nagebootst d.m.v. licht en water en later ook vuur. Daarna naar het hotel Caesar's Palace, waar een show over Atlantis; the lost world werd gedaan door middel van water, vuur en licht. Wat me in Las Vegas vooral opviel, was dat je overal zomaar binnen kon lopen, geen entree hoefde te betalen, geen nette kleding hoefde te dragen e n dat de overal gratis WC's er netjes uitzagen. Het enige wat ten strengste verboden was, was in casino's filmen in verband met de privacy. Ten slotte gingen we naar hotel Bellagio, waar dansende fonteinen ons een warm welkom bereidden. Met de bus langs overige interessante hotels, zoals The Venetian en Aladdin, om uit te komen bij ons eigen hotel, net buiten Las Vegas centrum. Tijd om te slapen! Gereden afstand: 130 mijl=208 km.

Dag 6 (14 juni 2001)

Vandaag hebben we een dagje vrij in Las Vegas. Eerst zijn we om 10:30u op weg gegaan naar het Excalibur hotel. Dit was trouwens verder lopen dan verwacht; je verkijkt je in Las Vegas enorm op de afstanden doordat alles megagroot is. Excalibur is een hotel in de stijl van King Arthur en de Middeleeuwen. Via de gratis monorail gingen we naar Mandalay Bay; een hotel in de stijl van een baai in het oerwoud. We liepen terug naar het Luxor. Dit is een hotel geheel in Egyptische stijl.

Optisch gezien liggen deze drie hotels naast elkaar, met Luxor in het midden. Het kostte ons twee en een half uur om er te komen en ze alledrie te bekijken. En er is veel te zien in Las Vegas. Je mag zomaar een vijfsterrenhotel-casino binnenlopen, niemand zal je wegsturen. Als je wilt kun je natuurlijk een gokje wagen, maar verder is er ook voldoende te zien. We hebben een lunchbuffet in Excalibur gedaan. Daarna zijn we in ongeveer 45 minuten naar hotel Aladdin gelopen. In dit hotel waan je je in de Oosterse wereld en door de plafondschildering lijkt het net of je buiten wandelt. Dit geldt trouwens ook voor Caesar's Palace en The Venetian. We pikten in Aladdin nog een oosterse dansvoorstelling mee. In al deze hotels ben je een half uur bezig om er überhaupt doorheen te lopen. Daarna liepen we verder naar hotel Paris, waar men voor het hotel zaken als de Eiffeltoren, de Arc de Triomphe en het Louvre op schaal heeft nagebouwd.

Op de terugweg kwamen we langs hotel Monte Carlo, waarbij de skyline van Monte Carlo is nagebootst. Tevens kwamen we langs hotel New York New York. Dit hotel heeft zaken ingebouwd als The Empire State Building, het vrijheidsbeeld, Brooklyn Bridge en het Chrysler Building. Hier staat ook een enorme achtbaan rond het hotel, wat een indicatie geeft van de grootte ervan.

Toen we om 16:00u eindelijk terug waren, zijn we gaan zwemmen bij het hotel. Dit was een welkome afkoeling, hoewel het fris was voor Las Vegas (maar 35 graden Celcius). 's Avonds zaten we 'illegaal' in de bus (we gingen niet mee naar de Las Vegas show), die ons afzet te bij Circus Circus, een hotel in de stijl van een circus. Daarna zijn we naar Treasure Island gelopen, een hotel in de stijl van piraten en zeeschatten. Daar werd een heuse zeeslag uitgevochten met golvend water, echt vuur en een van de schepen zinkt daadwerkelijk. Om daarna weer boven water te komen natuurlijk, maar toch, de illusie is even werkelijkheid. Daarna liepen we naar hotel The Venetian, dat Canal Grande, de Campanile, gondels, het plein van San Marco, de brug der zuchten en de Rialtobrug herbergt. Daarna naar The Mirage om binnen de witte tijgers van Siegfried & Roy te zien. Eén tijger was waarschijnlijk een show aan het doen, de tijger die wij zagen verveelde zich stierlijk. Dit schijnt echter niet elke dag zo te zijn. Ten slotte zijn we naar hotel Bally's gelopen om de gratis monorail te nemen naar het MGM Grand. Dit viel tegen, we moesten wel 20 minuten door Bally's lopen vooraleer we bij de monorail aankwamen! Vanaf MGM Grand was het nog maar 15 minuten lopen naar ons hotel. We hebben geslap en als een roos! Gereden afstand: 10 mijl=32 km.

Dag 7 (15 juni 2001)

Dit was een dagje waarop we veel hebben gereden. De eerste stop was Calico Ghost Town. Dit is een oud mijnstadje, dat zo lijkt te zijn weggehaald uit een Western film. Het was indrukwekkend, maar ook weer warm. We reden mee op het toeristisch treintje dat in vroeger dagen de mijnwerkers naar de zilvermijnen bracht. Calico is nog een schim van wat het ooit was. Er werd een shoot out show gehouden. Dit is zo'n beetje een ruzie tussen de sheriff en twee oenige rovers. Natuurlijk wint de sheriff, want de rovers zijn immers ontzettend dom.

Na deze stop rijden we verder naar Barstowe. Hier maken we een winkelstop. Voor ons gevoel was het echter veel te heet om te winkelen (het winkelcentrum is niet overdekt en de winkels hebben alleen binnen airco) en we houden er allebei niet zo van. Dus na de lunch bij Panda, waar we lekker Chinees hebben gegeten, hebben we twee uur in hamburgertent In-n-out gezeten om koel te blijven. Ten slotte nog een heel eind rijden, waarbij de film Mrs. Doubtfire in de bus werd vertoond. De laatste stop was bij de truckstop in Bakersfield. Daar zag je een enorm aantal prachtige Amerikaanse trucks.

In Fresno bleven we ten slotte slapen. Gereden afstand: 420 mijl=672 km.

Dag 8 (16 juni 2001)

Eerst reden we naar Raley's, een supermarkt. Daar moesten we enkele inkopen doen voor de picknick later op de dag. Ze hadden er een versafdeling, die de lunchpakketjes klaarmaakte. Ik koos voor een sandwich met tonijnsalade. Daarna reden we door naar Yosemite National Park.

Daar we er vroeg aankwamen, mochten we naar Mariposa Grove, waar Giant Sequoia Trees staan. Daar dit gebied erg gevoelig is voor toerisme, wordt maar een beperkt aantal mensen per dag toegelaten. Wij hadden het geluk dat we alweer om 07:00u in de bus zaten, waardoor we er nog voor tien uur waren. Giant Sequoia Trees doen hun naam eer aan; ze zijn echt gigantisch groot. Deze bomen zijn duizenden jaren oud en hebben een breedte zo groot als een huis en een hoog te waarbij je jezelf nietig voelt. Men denkt dat de oudste boom rond de 3000 jaar oud is. De bomen hebben bepaalde stoffen in hun stam die het verouderingsproces vertragen. Zo lag er een omgevallen boom, waarvan het leek of die gisteren was omgevallen. Deze boom was echter al 300 jaar eerder omgevallen. Dat is ook het enige probleem wat deze bomen hebben: ze zijn gigantisch groot, maar hebben wortels die zeer ondiep in de grond zitten. Weliswaar gaan de wortels in de breedte, maar als een boom te zwaar wordt of de wortels te zwak, valt die boom om. We mochten na deze stop gaan picknicken bij de Yosemite Falls. Dit is de grootste waterval in Yosemite National Park. Het was een zeer mooi en schaduwrijk plekje, wat een aangename afwisseling was van de brandende zon. Natuurlijk zaten er hier ook groundsquirls, die tegen alle verboden in werden gevoerd. Wij hadden echter al instructies gekregen: voeder je de dieren, dan kan het zijn dat je binnen de kortste keren een zwarte beer voor je neus hebt. Niet voor jou, maar voor jouw eten. Ik ben niet zo'n held, dus liever niet. Het grootste probleem is, dat de beren onnatuurlijk agressief worden en uiteindelijk moeten worden afgeschoten en dat is natuurlijk niet de bedoeling in een natuurpark. Na de picknick maakten we nog enkele fotostops op de mooiste plekjes waar de bus mocht stoppen.

Daarna reden we door naar een Fruit Barn in San Jaquin Valley. Ik kreeg een pruim van Fred (de chauffeur). We kwamen aan in Hayward, waar ons hotel stond. Omkleden om binnen vijf kwartier weer in de bus te zitten. We gingen nu de San Francisco Night tour doen, waarbij eten was inbegrepen. We maakten een rondje door de stad, onder andere langs Pier 39, de Seven Sisters (waar series als Charmed, Full House e.d. zijn opgenomen), de Transamerica Pyramid en het gemeentehuis van San Francisco. Daarna maakten we een ritje met de Cable Car, maar hier was het ongelooflijk koud voor ons gevoel: maar 20 graden Celcius. Het ritje was wel lachwekkend, al namen de mensen die het ding bedienen hun taak heel serieus. We stapten uit in Chinatown, waar we naar een Chinees restaurant gingen om te eten. Het was lekker en veel. Na onze buikjes rond te hebben gegeten zijn we verder gereden naar een uitzichtspunt. Vandaar had je een mooi zicht op alle lampjes in San Fran cisco by night. Het was helaas zelfs te donker voor de camera. Gereden afstand 320 mijl=512 km.

Dag 9 (17 juni 2001)

Vandaag moesten we weer vroeg op, voor de resterende stadstour. Eerst reden we naar Twin Peaks, twee heuvels die een mooi uitzicht bieden op San Francisco en die bij de aardbeving van 1989 tussen de 50 en 75 cm uit elkaar zijn gerukt. Daarna via het voormalige militaire kamp naar de Golden Gate brug, waar we overheen mochten wandelen. Eenmaal over de helft, voelde ik me een stuk minder angstig .

Daarna werden we met de bus afgezet bij Pier 39 om de boottocht te doen. Lekker varen onder de Golden Gate brug door, langs Alcatraz (the Rock) en zo weer terug. We waren daarna vrij. Wij hebben heerlijk gegeten in een Bluestentje. Dat het weer te veel was en ik al weer wat liet staan was ik inmiddels gewend. Daarna hebben we even op het grasveld gezeten vlakbij de baai. Daarna zijn we rustig naar Lombard Street gelopen, de meest bochtige weg van de wereld. Ik geloof ook wel dat het zo is, want die weg is echt onmogelijk. Ik zou er niet graag op rijden; als je de ene haarspeld bocht nog net niet door bent, begint de volgende alweer, maar dan in tegenovergestelde richting. Daarna wilden we doorlopen naar Chinatown, maar ik had na het zien van de kerk waarin Marilyn Monroe trouwde met Joe Dimaggio en de Transamerica Pyramid even genoeg van de stad. Het was ook nog vaderdag, dus veel straten waren afgezet in verband met de feestelijkheden en een aantal openlucht concerten. We liepen dus maar terug naar de pieren.

San Francisco is op zichzelf een toffe stad, al is het alleen al om het heerlijke klimaat (maar 25 graden Celcius). Er lopen alleen enorm veel daklozen rond die allemaal lopen te bedelen om jouw geld. Er zijn wel voorzieningen, maar daar wenst men geen gebruik van te maken. Ook ligt er nergens in Amerika zoveel troep langs de weg als hier. Maar ja, als Europeaan ben je toch wel wat gewend. Aangekomen bij Pier 39 hebben we een aantal souvenirs gekocht en natuurlijk de grootste attractie van heel de pier bekeken: de zeeleeuwen. Er ligt daar op de houten pontons een kolonie van ongeveer 750 zeeleeuwen en zij beschouwen het als hun habitat.

De grote vraag blijft natuurlijk: wie bekijkt wie? Zij vinden de aandacht van ons net zo interessant als andersom. We werden om 19:00u opgehaald en teruggebracht naar het hotel. Gereden afstand: volgens een medereiziger 480 mijl=768 km, maar ik waag dat te betwijfelen.

Dag 10 (18 juni 2001)

We rijden vandaag van Hayward naar de 17-mile drive. Dit is een bekende kustroute bij Monterey. Iemand vroeg hoe lang de drive was, tja 17 mijl natuurlijk! Er zijn nogal wat golfterreinen en er staan een aantal cypressen. Een ervan staat zo moederziel alleen op een rots die min of meer al in zee ligt, dat hij The Lone Cypress wordt genoemd. Het uitzichtpunt hierbij is trouwens ook zeer de moeite waard. Het rotsige bos gaat soms direct over in zee. Enkele beroemdheden hebben of hadden hier hun buitenhuis, zoals bijvoorbeeld Bill Cosby. Na de 17-mile drive reden we door naar Fisherman's Wharf van Monterey, vergelijkbaar met pier 39 in San Francisco. Hierna konden we kiezen voor een paar uurtjes vrij of een bezoek brengen aan het Monterey Bay Aquarium, Eén van de mooiste aquaria ter wereld. Wij kozen voor het laatste.

Dat was geen verkeerde keuze, want hoewel ik al aardig wat aquaria heb gezien, was dit onbetwist het mooiste tot nog toe. Allerlei soorten vreemde koralen , vissen, vogels en meer. Een duiker ging in het centrale bassin de haaien voeren. Het was een geslaagde middag. Toen we aan het einde van de middag aankwamen in Marina, konden we kiezen om mee te gaan eten in Carmel. Dat was een speciaal diner, maar aangezien ik vier van de vijf dingen die Pierre opnoemde niet lustte, was de keus snel gemaakt. Wij gingen dus niet mee. Wij hebben een hamburgertje gegeten in Marina zelf, wat ook nog goed smaakte, want we mochten hem zelf opmaken. Ze waren hier wel een beetje te vriendelijk. We zijn nog even naar het strand gelopen, aangezien dat tien minuten van ons vandaan lag. Het werd al schemerig en fris, dus erg lang zijn we niet gebleven. We konden nu wel wat eerder gaan slapen, wat we ook wel erg prettig vonden. Gereden afstand: 160 mijl=256 km.

Dag 11 (19 juni 2001)

Al vroeg stonden we weer naast ons bed, want we moesten weer een aardig eindje rijden. Eerst reden we van Monterey naar The Madonna Inn, waar we een toiletstop maakten. Deze tent lijkt net een hoerentent, maar is toch vooral bedoeld om de Amerikaanse behoefte aan kitsch te vervullen. Daarna door naar Solvang. Dit is een stadje dat volledig Deens aandoet. Zelfs de zeemeermin van Kopenhagen stond er in replica.

Ik vond het er allemaal wat kitscherig uitzien, maar Amerikanen vinden het prachtig. In Solvang hebben we geluncht, wat niet meeviel met de trage bediening en ons krappe tijdschema. Vandaar zijn we vertrokken naar Los Angeles, terwijl ondertussen het einde van de film Mrs. Doubtfire werd gedraaid. In Los Angeles deden we ook meteen al een groot deel van de stadsrondrit. We reden eerst naar de Hollywood Bowl om een foto te maken van het beroemde schild van Hollywood. Daarna reden we door naar het Chinese Theater, waar een heleboel hand- en voetafdrukken van filmsterren in het cement staan. Het Chinese Theater ligt aan de Walk of Fame, waar de sterren hun ster vereeuwigd zien in een stervormige straattegel met hun naam erop. Het is toch wel gaaf om daar te staan!

We na men ook een kijkje in het Rooseveldt Hotel, waar Charlie Chaplin vaak kwam. Hier staat ook de filmgeschiedenis van Hollywood d.m.v. foto's aan de wand verteld. We reden daarna naar Sunset Boulevard en Rodeo Drive (Beverly Hills).

Rodeo Drive is zo 'n beetje de duurste winkelstraat van misschien wel de wereld. We kwamen langs het Buccellati-hotel, waar de film Pretty Woman is opgenomen. Ook kwamen we langs een hotel waar palmbomen op het dak stonden. Menig scène van Beverly Hills 90210 is daar bovenop gefilmd. Ten slotte gingen we terug naar Ingelwood, waar we in hetzelfde hotel sliepen als de eerste nacht. Gereden afstand: 421 mijl=673 km.

Dag 12 (20 juni 2001)

We maken nu onze stadsrondrit door Los Angeles af. We reden langs het stadion van de LA Lakers, die zojuist voor de tweede maal N BA kampioen waren geworden. Daarna maakten we een fotostop bij de Los Angeles Music Hall, waar lange tijd de Oscars werden uitgereikt. Het was nu echter te klein geworden. Hier heb je een mooi zicht op de skyline en op het gemeen tehuis van LA. Ten slotte reden we naar het oudste deel van Los Angeles, gesticht door de Spanjaarden. Het leek net of je hier in Mexico was beland. Aan het begin van de straat staat een kruis met de officiële naam van LA: El Pueblo de Nuestra Senhora la Reina de Los Angeles. Natuurlijk breekt iedereen zijn tong over zo'n lange naam, maar tegenwoordig verdwaalt niemand meer als je het over LA hebt. Toen snel door naar Universal Studios, waar we nu dus nog bijna een dag voor hadden, omdat Pierre ons gisteren al veel van LA had laten zien.

We kregen eerst een korte rondleiding van Pierre. Wat mij opviel was, dat het park helemaal niet zo groot was en dat je dus van de wandelingen tussen de attracties niet doodmoe werd, zoals bij de Efteling. Daarna maakten we een tramrondrit langs de achterkant van een aantal studio's. Even dacht ik: is dit het nu; doen we dit nu om loodsen te bekijken? Maar al snel reden we over een brug die onder ons instortte en even daarna ging het 'regenen' en hadden we een overstroming. Een werkelijk enorme waterhoos kwam op ons af, om ons net niet te raken. Je weet echter dat je in Amerika weinig kan gebeuren, anders krijgt zo 'n organisatie meteen een proces aan zijn broek. We reden daarna door water heen (dat wordt gebruikt voor scènes van zinkende schepen) en toen mochten we binnen in een andere studio. Daar hield King Kong huis; hij trok de brug waar de tram op stond zowat aan flarden.

Daarna gingen we een studio in waar een levensechte aardbeving werd nagebootst. Dit maakte grote indruk op me, omdat het verschil met een echte aardbeving nauwelijks was te onderscheiden (op de paniek na waarschijnlijk). Vrachtwagens en straatdelen kwamen op ons af, de gasleiding sprong en vatte spontaan vlam, de waterleiding ging stuk, waarbij weer een waterhoos volgde.

De tram rijdt verder, dit keer door een studio die gebruikt is voor het filmen van The Mummy. Daarna rijden we langs een halve Amerikaanse woonwijk die is nagebouwd, onder andere voor de Cleaver-familie. We kwamen langs Little Europe, een wijk met allerhande bouwstijlen die kan worden gebruikt om te doen alsof de film zich in Europa afspeelt. Na een goed uur is de tramrit voorbij. We besluiten in Back to the Future-the ride te gaan. Dit is een simulatie van een vliegende auto met spectaculaire filmbeelden. Het was net echt.

Daarna gingen we in Jurassic Park Splash, waar allerlei dinosaurussen je eerst helemaal nat spoten, voor je in de watervoorziening voor de mens bent en je 45m naar beneden schiet in een wildwaterbaan! Wij hadden het geluk niet voorin te zitten, anders waren we doorweekt geweest.

We hebben toen even gegeten (hamburgers, tja je moet wat) en zijn daarna naar E.T. geweest. Dit is het beste te vergelijken met Droomvlucht in de Efteling. E.T. is per ongeluk op aarde achtergebleven en moet zijn planeet redden van de ondergang door terug te keren. Op een fiets ga je hem daarbij helpen. Je komt dan eerst langs de politie, wetenschappers en astronauten. Daarna 'stijg je op' en kom je langs andere, verwoeste planeten, voor je ten slotte aankomt op de planeet van E.T., waar alles weer goed is. Dan gaan we naar Backdraft. Een backdraft is een brand, waarbij het vuur alle zuurstof heeft opgebrand en er alleen nog giftige, hete dampen over zijn. Op het moment dat er dan weer zuurstof bijkomt, laait het vuur heviger dan eerst op; een backdraft dus. Dit is erg spectaculair en warm: alles brandt behalve het plateau waar wij op stonden. Knap gecontroleerd vuur dus. We gaan verder, naar de show van Waterworld.

Dit was verreweg de mooiste show en ik heb de film niet eens gezien! Mensen wonen op kunstmatige eilanden. Een vrouw die deel van hen uitmaakt heeft op een dag de weg naar dryland gevonden. Maar een aantal piraten zitten achter haar aan, want iedereen wil naar dryland. Gelukkig is er de Marinier die haar redt, na veel nattigheid en vuur. Ik zal niet meer verklappen, want wat het klapstuk is, moet je zelf maar gaan bekijken als je de kans krijgt. Daarna wilde Marcel graag naar Terminator 2-3D. Een technologiebedrijf dreigt volledige controle te krijgen over alle leven op aarde en Terminator moet daar een einde aan maken. Ook dit is de moeite waard, want de 3-D film wordt afgewisseld met echte acteurs die de film meespelen. Ik geef zelf niet zoveel om dit soort films, maar Marcel vond hem geweldig. En dan is het rennen naar de Wild Wild Wild West Stunt Show (we beginnen aardig door onze dag heen te raken). Het is een persiflage op alle stoere Wild West films en het is allemaal erg lachwekkend. Iedereen probeert iedereen overhoop te schieten of op te blazen. In ieder geval zitten ze met elkaar opgescheept en willen ze graag van elkaar af. Dat dit niet lukt mag duidelijk zijn. Marcel is toen nog in The Mummy Returns geweest, een doolhof met film items waar je doorheen moest lopen. Hij vond het allemaal wel grappig. Daarna gingen we meteen door naar Olvera Street, het oudste deel van Los Angeles. Hier gingen we eten bij El Passeio, een Mexicaans restaurant met live muziek. Het eten was lekker en het was gezellig. Dit was echt ons afscheidsdiner, waar bij de bedankjes over en weer gingen. Pierre en Fred hadden volgens ons hun fooien dubbel en dwars verdiend. Zij hebben de reis voor ons onvergetelijk en zeer aangenaam weten te maken.

Fred had altijd snoepjes en koud drinken mee in de bus. Dat drinken konden we kopen voor 1 dollar per drankje. Handig als je lang door moet rijden. Pierre kende geen problemen, alleen maar oplossingen. Dat werkt heel goed tegen paniekaanvallen! Alle lof voor dit duo. Gereden afstand: 50 mijl=80 km.

Dag 13/14 (21/22 juni 2001)

We hoefden vandaag niet eens zo vroeg uit de veren; pas om 06:00 uur. We moesten wel om 06:30 al weer klaarstaan voor de kleine busjes naar het vliegveld. We kregen nog een gratis muffin en koffie voor wie wilde; een welkome service van het hotel. We mochten in Los Angeles bij de group check-in. Dit wil zeggen dat ze tergend langzaam werken, want het vliegtuig vertrekt toch niet zonder iemand die deel uitmaakt van die groep. Maar goed, natuurlijk had iedereen het vliegtuig gehaald, sommige mensen konden zelfs meteen door de douane aan boord. Ook wij hoefden niet langer dan tien minuten te wachten. Om 08:25 stegen we op om te vliegen naar Washington D.C. Om ongeveer vier uur lokale tijd zouden we daar aankomen. Onze koffers gingen rechtstreeks naar Amsterdam; wij hoopten ondertussen maar dat dat goed zou gaan. Om 17:45 uur zouden we vertrekken naar Amsterdam, maar toen iedereen eenmaal in het vliegtuig zat, mochten we niet weg. Geen enkel toestel mocht vertrekken, want er zat onweer in de lucht en men was bang voor luchtzakken e.d. Na een uur kregen alle vliegtuigen een andere route toegewezen. Natuurlijk krijgen ze allemaal dezelfde omweg toegewezen, waardoor ze allemaal van dezelfde baan moeten vertrekken. En dat betekent ook op het vliegveld file. Twee uur later mogen we dan eindelijk opstijgen. Dat is wel prettig, want nu mag eindelijk de airco aan en het was inmiddels al 35 graden Celcius geworden in het vliegtuig. Leuk is anders! We komen aan in Amsterdam op 22 juni om 10:10 uur. Voor ons gevoel is het dan negen uur eerder, want een ander ritme went snel. Gelukkig rijden de treinen normaal en we besluiten van het station een taxi te nemen. Het lukt ons om de hele dag op te blijven, maar om een uur of vijf 's middags vallen we dan toch in slaap. We worden nog wel wakker voor het eten, maar we zijn blij dat we nog een week vrij hebben om bij te komen. Het blijkt wel nodig te zijn.


© Marcel van Oosterhout 2002